Bekijk de verhalen

Beweeg met je muis om te navigeren
Meer Informatie
Lees meer
x

Martin & Niels Rijsemus

Zoals Martin en zijn zoon Niels al aangaven is de prestatiemaatschappij een aanslag op hun ambacht. De regering stimuleert de prestatiemaatschappij door studiebeurzen en -leningen te verschaffen voor verschillende opleidingen, maar benadelen andere opleidingen door bijvoorbeeld geen extra's te verschaffen voor mbo- en vakopleidingen of zelfs helemaal geen studiebeurs of -lening te verschaffen voor.


Dit ook voor de erkende vioolbouwschool. Door de ontzettend hoge kosten van de studie en het uitblijven van een studiebeurs werd het onmogelijk voor jongeren om deze opleiding te volgen. Zo verdween enkele jaren geleden de laatste vioolbouwschool in Nederland en moeten Nederlandse jongeren uitwijken naar een school in bijvoorbeeld Duitsland, Italiƫ of Engeland. Buitenlandse studenten krijgen echter ook geen studielening, wat ook dit scenario bijna onmogelijk maakt.


Mocht er toch op magistrale wijzen genoeg kapitaal zijn voor een gewillige student, ben je na je opleiding nog verre van vioolbouwer. Alle instrumenten en materialen kosten ook ontzettend veel en ten slotte zitten er ongeveer vierhonderd arbeidsuren in een viool.


In Nederland zijn het aantal vioolbouwers de laatste jaren al flink geslonken. Tegenwoordig zijn er nog maar een twintigtal vioolbouwers, dit aantal zal de komende paar jaren alleen nog maar afnemen. Het toekomstbeeld wat door de heren Rijsemus wordt geschetst is dan ook niet erg rooskleurig. 'Dit ambacht zal langzaam uitsterven, of er komt een moment dat er een of twee vioolbouwers overblijven en generaties lang een monopolie hebben.'


De heren Rijsemus verafschuwen de moderne trend die nu ontstaat als tegenwerking tegen de prestatiemaatschappij. Iedereen mag zich in principe vioolbouwer noemen, daarom worden er ook cursussen gegeven. 'Vioolbouwen kun je niet in een cursus leren. De opleiding tot meester vioolbouwer duurt tien jaar, hoe kan je het dan in een cursus van een aantal maanden geleerd krijgen?'


Meer Informatie
Lees Meer
x

Harry Schreven

De prestatiemaatschappij is volgens Harry Schreven vooral te merken in de jeugd. 'Jongeren willen later een baan waar ze heel veel geld mee verdienen'. Volgens Harry is dat nooit een motivatie geweest toen hij ooit de keuze maakte voor zijn ambacht edelsmeden. Hij snapt de gedachtegang van de jongere generatie daarom niet. Harry werkt niet, hij beoefent zijn ambacht dagelijks uit met ontzettend veel plezier.


Tegenwoordig zien jongeren steeds minder heil in ambachten en zo ook de klassieke ambachten. Jongeren richten zich in hun beroepskeuze vooral op de kenniseconomie. Maar de waarheid is dat er zonder ambachtseconomie geen kenniseconomie bestaat en dat juist in de ambachtelijke werkplaatsen en ateliers innovaties plaatsvinden.


Vele ambachten kennen de problemen met het vinden van mensen maar al te goed. 'De woorden detailhandel en ambacht worden nou eenmaal niet tegelijkertijd in de mond genomen met modern en hip."


Redenen dat jongeren niet meer voor de ambachten kiezen zijn de zwaarte van het fysieke werk, weinig waardering voor handmatig werk en het achterblijven van salaris. Als jongeren moeten kiezen tussen de 3 bovengenoemde punten of door studeren en een hogere positie kunnen bereiken dan valt de keuze bijna altijd op de laatste optie.


Nederland staat ook bekend als een land met overwegend bureaubanen, jongeren beoefenen liever een andere baan dan een ambacht of volgen een vervolgopleiding. "De kenniseconomie heeft de 'kunde-economie' in de schaduw gezet. Zo ontstaat een tekort aan ambachtsmensen,"


Meer Informatie
Lees Meer
x

Brouwerij de Fontein

Bierbrouwen is een van de oudste ambachten die het tegenwoordig nog geeft. Iedere bierliefhebber denkt tegenwoordig dat bierbrouwen realiseerbaar is, echter komt er veel mechanische en scheikundige kennis bij kijken. Dit is echter niet lastig om te leren, er is namelijk geen hoge opleiding voor nodig, maar het is wel kennis die essentieel is. Niet iedereen kan dus van vandaag op morgen brouwer zijn.


De laatste tijd komen er steeds meer kleinschalige, lokale brouwerijen bij die als paddenstoelen uit de grond schieten. Het CBS toont uit onderzoek aan dat het aantal brouwerijen in Nederland ten opzichte van 2007 verviervoudigd is. Ook Lonneke merkt dit, zij ziet bij deze kleine brouwerijen dezelfde visie en passie die haar ook voor het brouwen heeft laten kiezen. Het doen wat je leuk vindt. Tegen de visie van de prestatiemaatschappij in, geeft zij stukken minder om aanzien en veel geld verdienen.


Zo is er ook een groot verschil tussen deze kleine brouwerijen zoals de Fontein en de grote collega brouwerijen. Waar de brouwers zoals Lonneke en haar man, bij iedere stap aanwezig zijn in het proces, veel proeven en erg betrokken zijn het gehele proces, zijn in grote brouwerijen alleen observanten tijdens het kookproces aanwezig.


Deze brouwerijen blijven bewust klein, hoe populair ze ook misschien zijn. Puur omdat ze brouwen ervaren als het uitvoeren van een passie. Ze willen bewust bij het gehele proces betrokken blijven. Hun drijfveer is dan ook het gelukkig willen zijn, niet het verdienen van geld of het krijgen van aanzien.


Lonneke ervaart ook de vrijheid van het kleinschalige brouwen als een van de redenen waarom ze bewust kiezen voor het ambachtelijke en kleinschalige niveau van brouwerij de Fontein. 'Wij brouwen hier met producten uit eigen kruiden- en moestuin. Dat kunnen we alleen maar doen als we kleinschalig blijven. Ik brouw liever met mijn eigen producten dan dat ik zou uitgroeien tot een grote brouwerij.'